Bygdøy
15 september 2025 - Oslo kommune, Noorwegen
Gisteren had ik nog vanaf de toren van de springschans op 425 meter hoogte een nevelig uitzicht over de omgeving en stad Oslo, vandaag daal ik af naar zeeniveau. Mijn bestemming is het schiereiland Bygdøy, gelegen ten westen van de binnenstad van Oslo. Alles gaat weer mee, rugzak, wandelstokken, lunch, koffie en niet te vergeten de regenkleding want naar alle waarschijnlijkheid ga ik het ook vandaag niet droog houden. De metro en vervolgens de bus brengen mij naar een halte zo’n beetje centraal op het schiereiland.
Bygdøy dat tot in de 17de eeuw nog een eiland was, bekend onder de naam “Ladegårdsøen”, huisvest momenteel meerdere bekende musea zoals, het Kon-Tiki Museum, het Noors Volksmuseum, het Vikingschip Museum, het Noors Maritiem Museum en het Fram Museum. Deze musea, die door de gemiddelde bezoeker die voor het eerst in Oslo komt bezocht worden, laat ik voor wat ze zijn. Ik stap dus uit waar verder niemand de bus verlaat en sta vervolgens midden in het groen.
Op dit schiereiland ligt ook het koninklijk landgoed Bygdø en koninklijk paleis Oscarshall, waarvan de tuinen vrijwel de helft van de oppervlakte van Bygdøy beslaan. Verder herbergt Bygdøy talrijke parken, bossen, akkers, weiden en stranden. Ik stippel de route zo uit dat ik met alle elementen van het schiereiland kennis maak.
Het bezoek aan het paleis gaat me niet lukken aangezien het toegangshek gesloten is en een lid van de Koninklijke Garde de wacht houdt zonder ook maar een spier te vertrekken. Na een mooi bosrijk pad bereik ik de noordelijke rand van het park vanwaar je uitzicht hebt op de stad Oslo en de thuishaven van de Color Line, de ferry tussen Noorwegen en Kiel(D).
Na het verlaten van de kustlijn beklim ik de heuvelachtige Dronningberget (Koninginneheuvel). Ik volg een prachtig pad met veel lindebomen. Je hoort hier niets meer van het stedelijk lawaai. Rondom een paar gigantische bomen staan honderden witte paddestoelen. Naam: ? Het lijkt wel een verzamelplaats voor de kabouters/trollen. Wachten op een nachtelijke bijeenkomst gaat me te ver, dus doorstappen maar.
In 1845 werd aan de zuidkant van Dronningberget het monument van koning Carl Johan voor graaf Herman Wedel Jarlsberg opgericht. Graaf Wedel was een centrale politieke figuur van zowel voor als na 1814, het jaar van de Noorse Grondwet.
Onderweg wordt er een appeltje voor de dorst aangeboden. Dorst zal ik vandaag niet snel krijgen aangezien het water niet alleen rondom het schiereiland rijkelijk aanwezig is, met tussenpozen komt de regenbroek ook een paar keer tevoorschijn. Het blijft beperkt tot een enkele bui. Het mindere weer houdt de jonge moeders ook niet binnen, gezamenlijk zijn ze er met de drie kinderwagens op uit getrokken en laten de jonge Noorse burgertjes alvast wennen aan het Friluftsliv.
De kustlijn is grillig. Mooie steenformaties vormen de scheiding tussen het gerimpelde water van het fjord en de aangrenzende groene bossen. Het verweringsproces van het gesteente door de eeuwen heen, heeft geleid tot het ontstaan van een natuurlijk kunstwerk. Menig architect droomt ervan deze structuur zo aan te kunnen brengen in de gevels van zijn ontwerp. Het doet me zelfs denken aan de wanden van de algemene ruimte in ons eigen appartementengebouw.
Ik word plotseling verrast wanneer ik op de ruwe verweerde gesteentelaag die ik al langere tijd langs de kustlijn volg een gepolijst stenen beeldhouwwerk aantref met de titel “Interference”. Het is gemaakt door de Noorse beeldend kunstenaar John Audun Hauge van wie ook in het Nationaal Museum werken te zien zijn. Het is in 2007 onthuld ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de tsunamiramp in 2004. Helaas zullen niet veel toeristen dit kunstwerk aanschouwen aangezien het op een plaats ligt waar slechts een enkeling zijn wandelroute uitstippelt.
Niet veel verder eindigt de bos/parkzone en begint de bebouwde kom van Bygdøy. Wie het hier voor elkaar gekregen heeft om een woning te kopen of te laten bouwen moet wel van betere komaf zijn. Het ene pand is nog luxer dan het andere. Het woord “Goudkust” is hier letterlijk en figuurlijk van toepassing. En aan de opritten te zien denk ik dat je bij aankoop er een gratis Tesla bij krijgt.
Niet veel verder arriveer ik bij de landtong waarop zich het Fram Museum bevindt. Hier zijn de toeristen wel in groten getale aanwezig. Bussen rijden af en aan. Voor mij is hier het eindpunt van mijn wandeling en wacht ik op de boot die me terug zal varen naar het centrum van Oslo.












Veel plezier verder